Door te spiegelen laat je zien dat je betrokken bent bij de ander. Bij wat hij/zij vertelt. Onbewust registreert de ander jouw houding, gebaren, bewegingen en stemgebruik. De ander zal zich hierdoor begrepen voelen. Je kunt je gesprekspartner spiegelen met: je stem (toonhoogte, volume, ritme, snelheid van spreken) en je lichaamshouding (op dezelfde wijze zitten of staan, bewegingen, stand van hoofd, voeten, schouders, gebaren). Daarnaast kun je ook door woord- en taalgebruik spiegelen: over hetzelfde spreken of een aantal woorden gebruiken die de ander gebruikt. Parafraseren werkt ook goed: herhalen wat de ander zegt verkort en in je eigen bewoordingen.