De manier waarop je ten opzichte van de dood staat zegt veel over hoe je leeft. Je leven is niet te plannen. Je levensloop is niet door jezelf te bepalen. Je begin en je einde en alles wat er tussendoor gebeurt is een grote verassing. Niets valt te voorspellen. Het onverwachte kan worden verwacht. Alles wat er komt aan lief en leed kun je open tegemoet treden of bestrijden, verwerpen. Dit geldt ook voor afscheid nemen en de dood. De/je dood is de ultieme vorm van geconfronteerd worden met iets wat je niet in de hand hebt. Je moet afstand doen van alles en je wilt het niet. Je moet alles uit handen geven. Dit kan je angstig, wanhopig of bitter maken. Of je kunt denken: mijn strijd leidt tot niets en is verlies van kostbare energie. Als je afscheid nemen op alle terreinen en sterven kunt zien als een gegeven waar je geen invloed op hebt, kun je de ander toelaten en kan die nabij zijn met medeleven, begrip. Dan kun je zelf en de ander ervaren dat er leven voor de dood is. Openstaan ten opzichte van afscheidnemen in het algemeen en de/je dood in het bijzonder is je ultieme vrijheid.