Je communiceert met de ander om aan een eigen behoefte te voldoen. De behoefte die je wilt vervullen kan divers zijn. Je wilt duidelijkheid, zekerheid, geruststelling, orde, liefde enz. De ander is anders dan jij. Daardoor is het goed mogelijk dat de ander geen zicht, geen gevoel, geen affiniteit heeft met jouw behoefte. Als je behoefte niet wordt vervuld ga je een andere weg inslaan. Je gaat de ander bekritiseren, veroordelen enz. Als je behoefte voelt om een oordeel uit te spreken over een ander laat je zien hoe je wilt dat de ander zich tot je verhoudt. De ander is beter of slechter dan jou. De ander staat gevoelsmatig onder of boven je. Door je verwijten, kritiek en oordelen richt je je focus op het doen en laten van de ander. En voel je niet meer waar je eigen behoeftes liggen. En je ziet door je oordeel, die a.h.w. een scherm plaats tussen jou en de ander, ook niet waar de ander behoefte aan heeft. Dat is allemaal buiten beeld. Door de ander te be-/veroordelen breng je schade aan in de relatie. Je belemmert een echt contact want je oordeel staat er tussen. De ander voelt jouw behoeftes niet want die voelt alleen maar je verwijt (vaak) of bewondering (soms), wat echt contact in de weg staat. De ander schrikt terug, is verward, zet zich schrap of neemt afstand. En je krijgt niet wat je nodig hebt. Voel je de behoefte om te (ver)oordelen trap bij jezelf op de rem, laat de alarmbel afgaan. Het is tijd om bij jezelf te rade te gaan wat je voelt en waar je zelf behoefte aan hebt. Wat wil je echt (van de ander)? Daaraan tijd en aandacht geven is effectiever dan je oordeel voeden.