Je doen en laten, je gedrag baseer je vooral op wat je eerder hebt gezegd, gedaan of ervaren. Van nature wil je namelijk consequent zijn. Je wilt zelf dat je eenduidig bent. En je vindt het belangrijk dat de ander je als eenduidig, consequent, betrouwbaar ziet. Ook wil je de ander niet teleurstellen. Dit mechanisme kan ervoor zorgen dat je iets blijft doen wat niet (meer) goed voelt of wat je niet meer passend vindt. Je blijft het doen alleen omdat je in een eerder stadium ‘ja’ hebt gezegd. En geen spelbreker wilt zijn. Weet dus dat je ‘ja’ in een betrekkelijk relaxte of gewone situatie gevolgen kan hebben voor je toekomst(ige handelen). Ja zeggen heeft consequenties voor je doen en laten nu en in de toekomst. Weet wat je (toe)zegt!