Als mens heb je rechten. Ze komen je toe. Je rechten zijn er om je te beschermen tegen de macht van de ander, tegen de macht van de overheid/staat. Je (humane) rechten zijn er om te zorgen dat je je menselijke waardigheid kunt vormgeven. Je hebt het recht op een vrije mening, je hebt recht op onderwijs, je hebt recht op je eigen overtuigingen, op voldoende eten en een dak boven je hoofd. Humane rechten zijn er voor iedereen. Wie je ook bent, wat je achtergronden ook zijn. Doordat er mensenrechten zijn kun je in de landen/samenlevingen waar deze rechten geaccepteerd en gerespecteerd worden je letterlijk en figuurlijk veilig voelen. Rechten geven rust en stabiliteit. Als ze na worden geleefd en als ze door iedereen “gedragen” worden. Rechten kunnen alleen (blijven) bestaan als je ook je plichten, je verantwoordelijkheden als mens voelt en vormgeeft. Als je je bewust bent dat een beroep doen op rechten zonder de plichten te willen vervullen de basis onder de rechten uitholt. Als je het logisch vindt dat je je maatschappelijke, sociale, morele, financiĆ«le plichten oppakt. Het gaat dan om die plichten en verantwoordelijkheden die je zelf kunt waarmaken, waar je de mogelijkheden toe hebt. Tegenover elk “mensen”recht staat een opdracht, een “plicht” om te zorgen dat niet alleen jij maar ook de ander recht wordt gedaan. Je rechten kunnen alleen blijven bestaan als je je plichten, je verantwoordelijkheden serieus neemt. Je kunt geen geloofwaardig beroep doen op een (mensen)recht als je niet bereid bent om de plichten die er zijn vorm te geven.