Je bent uniek, er is maar een exemplaar van jou. Dat betekent dat je per definitie anders denkt en voelt dan de ander. Dus het is nodig dat je jezelf bent. Anders doe je zaken die niet bij je passen en dat pakt bijna altijd verkeerd uit. Het is belangrijk dat je tevreden wordt met wie je bent en wat je kunt betekenen. Maar soms wil je opgaan in de massa, deel uitmaken van een geheel. Is het plezierig om te herkennen dat wat jij denkt, voelt, ervaart ook door een ander wordt herkend. Soms is het fijn dat je niet de enige bent. Toch ben je niet zomaar meteen jezelf. Het kost tijd om uit te vinden wie je bent, wat je wilt, wat bij je past. Soms heb je daar vele jaren voor nodig. Juist omdat je uniek bent kan een ander je niet vertellen wat je nodig hebt, wat bij je past. Kan een ander niet vertellen wat je moet doen, wat je moet laten. Je uniciteit impliceert dat je alleen bent. Dat merk je omdat er geen enkele groep is waar je helemaal – zoals jij bent – in past. Je weet – net als de ander – dat er momenten zijn dat je je in een groep alleen voelt, dat er geen aansluiting of verbinding is. Jezelf zijn en blijven is dus nodig om je veilig te voelen waar je ook bent. Jezelf zijn betekent niet van niemand of niets je iets aantrekken, of doen wat jou goed lijkt. Dat geeft weerstand en verzet. In een groep functioneren betekent altijd invoegen, rekening houden met, aanpassen, dat is niet erg want samenleven vraagt dat. Om goed in een groep te kunnen functioneren moet je alleen durven en kunnen zijn. Om te voelen wie je bent, waar je kracht en uniciteit zit. Wat jij aan unieke bijdrage kunt geven. Alleen als je weet wie je bent en uniek durft te zijn is het niet moeilijk om je in een groep aan te passen en je soms alleen te voelen.