Als je ergens tegenop ziet omdat je obstakels of negatieve reacties ziet kun je de neiging hebben om geen actie te ondernemen maar zaken uit te stellen. Uitstel zorgt ervoor dat de obstakels in je hoofd steeds groter worden. Die obstakels in je hoofd verlammen je handelen. Uitstel brengt geen verlichting, integendeel. Als je voelt dat je ergens tegenop ziet, aarzel dan niet stel vast wat je moet/wilt doen en doe meteen waar je tegenop ziet. Of zet op zijn minst een kleine stap in die richting. Maak een begin, maak een start. Maar handel vanuit een duidelijk doel. Als je jezelf geen doel stelt gebeurt er niets. Als je regelmatig de neiging hebt om zaken uit te stellen heeft dat gevolgen voor je functioneren. Je boekt minder resultaat en de ander heeft minder vertrouwen in je omdat de ander ziet dat (spoedige) actie ontbreekt. Je zelfvertrouwen wordt ook aangetast omdat je er niet toe komt te doen wat je wilt of wat je moet doen. Als je niet tot handelen komt vraag jezelf dan af wat er aan de hand is. Weet je wel wat je moet doen? Heb je een duidelijk doel voor ogen? Vaak is onzekerheid de bron van je uitstel. Ben je bang om fouten te maken? Of om een verkeerde keuze te maken? Weet je bijvoorbeeld niet wat de effecten van je keuze zijn? Het kan ook zijn dat je het perfecte moment of de perfecte omstandigheden afwacht, maar het ideale bestaat niet. Je zult – als je een einde wilt maken aan je uitstelgedrag – imperfectie moeten accepteren. Je kunt ook uitstellen omdat je zaken zeker wilt weten, je wilt weten hoe iets verder gaat of afloopt. En als je dat niet weet kun/wil je niet handelen. Je zult moeten accepteren dat je niet weet wat er in de toekomst gebeurt. Onderzoek de bron van je uitstel en accepteer ‘niet weten’ en imperfectie.