In rijke, voorspoedige tijden kunnen lastige zaken, dilemma’s af worden gekocht. Zowel jij als de ander gaan vooruit dus er is niets aan de hand. In economisch slechtere tijden komen de lastige zaken weer keihard terug. Want er is schaarste en die moet (her)verdeeld worden, dat gaat niet zonder slag of stoot. Inleveren, aanpassen, achteruitgaan, loslaten is moeilijk. Schaarste geeft druk. Er is een strijd om het (eigen)belang. Als er strijd is ligt het denken in “wij” en “zij” op de loer. Je denkt dat de ander meer krijgt, dat die bevoordeeld wordt. Door de angst komen karikaturen en vooroordelen om de hoek kijken. De ander is niet net zoals jij maar echt een ander die niets wil, die egoïstisch is, die geen respect heeft, die wel kan maar niet wil enz. Er komt afstand. Tussen arm en rijk, tussen jong en oud, tussen etniciteiten. Groepen voelen zich tekort gedaan, niet gezien, niet begrepen. Groepen die zich afhankelijk voelen, voelen zich bedreigd, voelen zich aan de kant gezet en houden vast aan wat ze hebben. Voelen zich slachtoffer. De zgn. “krachtigen” voelen zich bedreigd omdat ze voelen dat ze geen ruimte krijgen, dat de “anderen” niets willen offeren, geen veranderingen willen. Door het denken in vijandsbeelden, in denken dat de ene groep de andere blokkeert zie je niet dat beide groepen elkaar nodig hebben, afhankelijk zijn van elkaar. Conflicten tussen “groepen” zijn nodig om helder te krijgen waar visie- en belangenverschillen zitten. Beide groepen hebben echter uiteindelijk belang bij goede connecties met elkaar. Vernieuwers zijn nodig om de zaak wakker te schudden en te laten zien dat stilstand, behoudzucht achteruitgang is omdat het ontwikkeling tegenhoudt. Degenen die vechten voor ‘houden wat er is’ moeten hun mond opentrekken als ze ervaren dat waardevolle zaken met de voeten worden getreden. Of als besluiten te snel worden genomen zonder de effecten goed te doordenken. Het is juist nu uitdagend om een nieuwe balans te vinden tussen ontwikkeling, vernieuwing en bescherming, behouden wat goed is. Verandering, dynamiek is noodzakelijk maar dit mag niet destabiliserend werken. Flexibiliteit, experimenteerdrift en aanpassingsvermogen zijn net zo nodig als waarde hechten aan duurzaamheid, trouw en loyaliteit. Groepen zullen bereid moeten zijn tot geven en nemen alleen dan kan men open voor elkaar staan en kan ontwikkeling plaatsvinden en stabiliteit gewaarborgd blijven.