Je kunt bang zijn voor de ander die anders is. Door zijn/haar uiterlijk, uitingen, gedragingen. Je kunt weerzin voelen ten opzichte van de ander wiens ideeën aversie in je oproepen. Mogelijk is je primaire reactie om de ander buiten of uit te sluiten, te negeren. Het lijkt dan dat je je eigen identiteit beschermt. Je houdt jezelf staande. Je denkt dat dit terecht is omdat je angst of minachting voelt. Maar in feite pleeg je roofbouw op je ziel. Want die is van nature open en ontvankelijk. Door buiten te sluiten, uit te sluiten marginaliseer je de ander. Maar beperk je ook je eigen levensruimte, je eigen speelruimte. En ontken je zijn/haar bestaan. De realiteit is dat de ander onder ons is. En niet weggaat. En niet verandert omdat je er moeite mee hebt. De uitdagingen is dat je ruimte maakt voor de ander en voor het andere. Door ontvankelijk, open te zijn kun je het andere goed observeren. En kun je vanbinnen onderzoeken waar je angst of aversie vandaan komt. Je angst of aversie verdwijnt dan vanzelf. Je hoeft jezelf niet te beschermen want je kunt jezelf blijven en de ander ook. Door ruimte te geven krijg jezelf ruimte. En is er voldoende ruimte voor jou en de ander. En tussen jou en de ander.