Als je de ander niet begrijpt, als de ander je irriteert loop je de kans dat je de ander gaat demoniseren. Demoniseren is het bewust in een negatief daglicht stellen van de ander met als doel de mening van anderen te beïnvloeden. Of met als doel om je eigen negatieve gedachten of acties goed te praten. Door de ander al dan niet openlijk te demoniseren hoef je je niet meer te verplaatsen in de situatie of ideeën van de ander. Door de ander te depersonaliseren hoef je niet naar je eigen denkbeelden, je eigen (voor)oordelen, je eigen beperkingen te kijken. Je stelt jezelf boven de ander. Je ziet de ander niet meer als een mens, je accepteert niet langer dat dat wat de ander doet menselijk is en bepaalt wordt door bepaalde drijfveren. In plaats daarvan zie je de ander als iemand die van binnen slecht, verkeerd is. Alles wat de ander zegt, doet wordt op voorhand als niet relevant, niet goed, als ongeldig gezien waardoor je van die persoon steeds meer een bedreiging, een probleem maakt. Je demonisering kan ertoe leiden dat er polarisatie optreedt en dat je niet tot een oplossing komt. Als je de neiging voelt om de ander zwart te maken laat dat zien dat je er voor wegloopt om naar jezelf te kijken, naar je eigen bijdrage aan een situatie, aan een probleem. Je wilt jezelf groter maken door de ander kleiner te maken en maakt jezelf hierdoor kleiner dan je bent. De neiging tot demonisering zegt weinig over het kwalijke, het slechte in de ander maar meer over je eigen angst om naar je eigen beperkingen te kijken. Verplaats je (innerlijke) strijd niet naar buiten, naar de ander maar kijk wat jij kunt doen in de situatie en wat jij kunt doen om te ont-demoniseren zodat de situatie tussen jou en de ander beheersbaar, werkbaar blijft en er geen onoplosbare problemen ontstaan. Als je echt beter, slimmer, verstandiger bent dan de ander stop dan met demoniseren en kijk wat je kunt doen (of laten).