Degene die leiding geeft aan groepen, processen, organisaties kan dit alleen effectief doen als zijn/haar gezag erkend en ondersteund wordt door degenen aan wie hij/zij leiding geeft. Leidinggeven kan alleen als de ander openstaat om geleid te worden. Als degene die leiding ontvangt bereid is om het gezag te erkennen en te bekrachtigen. Als het gezag – al dan niet openlijk – in twijfel wordt getrokken en dit wordt uitgestraald en uitgesproken dan worden de structuren van binnenuit uitgehold. Deze uitholling van binnenuit lijkt door degenen die daar een bijdrage aan leveren “logisch”, “vanzelfsprekend” en acceptabel”. Het is echter de vraag of deze “gezagsondermijning” een positieve bijdrage levert aan het vertrouwen binnen en de ontwikkeling van een systeem. Ieder gezag heeft baat bij openlijke tegenkrachten, bij een constructief weerwoord. Een tegenkracht is vruchtbaar als er in essentie bereidheid is het fungerende gezag te accepteren en te respecteren. Vanuit inlevingsvermogen en respect meedenken biedt veel mogelijkheden. Dan is er een basis van waaruit concrete, reële, constructieve wijze feedback gegeven kan worden. Weerwerk is zinnig als het werkt vanuit realistische en “menselijke” verwachtingen. Als er een bovenmenselijk, perfect gedrag verwacht wordt van degene die leiding geeft dan wordt er geappelleerd aan een kind-ouder relatie. Onredelijke verwachtingen dragen bij aan het destabiliseren van structuren. De teleurstelling ligt immers op de loer als de verwachtingen te hoog zijn. Van een leider mag verwacht worden dat hij/zij binnen zijn/haar verantwoordelijkheid doet wat menselijkerwijs in zijn/haar vermogen ligt. In moeilijke, nieuwe situaties maakt iedereen fouten. Dat is volstrekt normaal. In dergelijke situaties kan een leider, een gezagsdrager ook fouten maken. In dergelijke situaties perfectie, volmaaktheid, verwachten is niet realistisch temeer omdat er veelal een aantal complexe zaken tegelijkertijd kunnen spelen. Een gezagsdrager is geen bovennatuurlijk wezen die ijzer met handen kan breken. Van een leidinggevende mag verwacht worden dat hij/zij naar bevind van zaken handelt, openstaat voor signalen en dat hij/zij leert van het verleden en van fouten. Leiders “afrekenen” op irreële verwachtingen en onrealistische doelen creëert een angstcultuur en een stuurloze situatie waarin steeds minder capabele personen zin hebben om verantwoordelijkheid te dragen. Als je je zorgen maakt over de wijze waarop er sturing wordt gegeven aan processen is de vraag interessant wat je vanuit jouw kennis, ervaring en verantwoordelijkheid kunt doen om de leider te informeren, te ondersteunen, te beïnvloeden. Wat kun jij constructief bijdragen vanuit je persoonlijke gezag? De leider bekritiseren, belachelijk maken, negeren leidt tot ontregelen van binnenuit en dit heeft negatieve gevolgen voor de sfeer en het (onderlinge) vertrouwen. Met alle effecten van dien.