Onze maatschappij is op hol geslagen. Er is disbalans. En dat heeft effect op je. Het lijkt erop dat veel van onze relaties tot formele, zakelijke relaties zijn (ver)worden. Zakelijke relaties gaan in veel gevallen om het dienen van het eigen belang, om er zelf beter van te worden. Je lijkt alleen van waarde als je in financiële zin voor een ander interessant, waardevol bent. Op korte termijn lijkt dat geen probleem, je lijkt er voordeel van te hebben. Zeker als je in een omgeving bent waar dit “gewoon” is (geworden). Op langere termijn verlies je je eigen waardigheid. De focus op je economische waarde is een verschraling voor je als mens. Want je bent immers meer dan dat. Voor je intermenselijke, persoonlijke relaties die op onderling vertrouwen gebaseerd zouden moeten zijn, kan deze economische focus funest zijn. Het kan zelfs zijn dat je niet meer van nature rekent op een ander omdat je zijn/haar motieven wantrouwt. Je bent immers in eerste instantie een menselijk wezen wat van nature behoefte heeft aan vertrouwen, erkenning. Als je deze natuurlijke principes veronachtzaamt en economische, berekenende principes voorrang geeft, raak je uit balans en krijg je een onnatuurlijke verhouding tot jezelf en tot de ander. Door de maatschappelijke disbalans wordt de suggestie gewekt dat alles wat je wilt ook zou moeten kunnen. Dit betekent dat je dingen wilt of hebt gewild die niet bij je “maat” passen. Een te duur huis, een te zware baan. En dat je verantwoordelijkheden en verplichtingen op je hebt genomen die (te) zwaar (blijken) zijn. Je hebt jezelf groter, (draag)krachtiger ingeschat dan je bent. Je hebt de schijn gewekt dat je het wel aan kunt. Zonder te doordenken, te doorvoelen of je het wel werkelijk kunt. Als je het niet (meer) blijkt te kunnen kom je in de problemen. En komt er een moment dat je onder ogen moet zien dat je dat wat je wilt niet (meer) blijkt te kunnen. De zeepbel wordt doorgeprikt. Als je je verantwoordelijkheden, verplichtingen niet na kunt komen tast dat je zelfvertrouwen aan. Een aangetast zelfvertrouwen vertaalt zich altijd in minder vertrouwen in de ander, in de “systemen” om je heen. Het is nl. menselijk om de schuld te externaliseren, bij een ander neer te leggen zodat je niet naar je eigen rol, je eigen bijdrage hoeft te kijken. Wil je weer in balans komen met jezelf, met je omgeving dan is eerlijke zelfreflectie aan de orde. De ander kan immers de door jouw gecreëerde problemen niet oplossen. Pas als je je eigen verantwoordelijkheid onder ogen ziet, voelt wat je beperkingen zijn, je eigen maat (onder)kent en die accepteert krijg je weer vertrouwen in jezelf. En wordt helder dat je veel hebt neergelegd bij de ander, bij instituties, organisaties enz. Als helder is wat jouw verantwoordelijkheid is weet je wat je kunt doen om weer terug te gaan naar je eigen “maat”. Dan kom je weer terug naar de menselijke maat en kun je weer handelen vanuit natuurlijke principes. Vanzelfsprekend gaat deze “teruggang” niet zonder slag of stoot. Terug naar dat wat er is en afstand doen van illusies, onder ogen zien van je beperkingen zijn gaat nooit zonder pijn en moeite. Daarom kost het moeite om de illusie los te laten. Op den duur bevrijdt het je van problemen en onnatuurlijke stress.