De ander zegt, doet “rare” dingen. Je vindt daar iets van. Of je voelt je bekritiseerd, tekort gedaan, genegeerd. Voordat je het weet spreek je kwaad over de ander. Je spreekt veroordelend of kritisch. Je hebt “het recht” omdat de ander je immers alle reden daartoe geeft?! Zo op het eerste gezicht geeft kwaad spreken veel voldoening. Je ervaart dat het kwaad spreken je goed doet. Je brengt door je kwaadspreken de verhoudingen weer in balans. Of het is lekker om te spuien wat je van de ander vindt. Kwaadspreken kan energie geven. Het geeft een kortdurende verbondenheid met de ander met wie je het deelt. Door kwaad te spreken ontloop je het echte contact. Je plaatst jezelf boven de ander. Je gaat niet het echte gesprek aan met degene met wie je eigenlijk zou moeten spreken. Omdat je het echte gesprek ontloopt blijf je – na je kwaad spreken – met een onaf gevoel zitten. Je bent niet echt opgelucht. Je houdt een nasmaak die niet weg te werken is. Kwaadspreken, roddelen, de ander klein of zwart maken, vervuilt de sfeer en voedt het kwade in jezelf en in de ander. Je creĆ«ert nog meer afstand met en tussen de ander die jouw object van kwaadsprekerij is. Het wordt (steeds) lastiger om die ander op een normale manier in de ogen te kijken. De ander met wie je over de ander hebt kwaadgesproken krijgt ook geen positief beeld over je. Kwaadsprekerij geeft een korte termijn bevrediging. De neiging om kwaad te spreken is menselijk. Het is een uitdaging om niet toe te geven aan je neiging tot kwaadspreken. Als je voelt dat je vanbinnen de ander aan het bekritiseren bent en je voelt de neiging om dat te delen, denk dan na en voel dat de impuls volgen slechts op korte termijn zal werken. Daarna zit je met een groter probleem. Voorkom dat je kwaadspreekt. En voel dat er dus een behoefte in je zit om jezelf boven de ander te stellen. Als een ander kwaad spreekt onttrek je er dan aan. Doe niet mee want het heeft een slechte uitwerking op je eigen gemoedsrust, op de relatie tussen jou en de ander over wie kwaad gesproken wordt en op jouw verhouding tot de ander die kwaad spreekt.