Als je geboren wordt bruis je van levenslust. Je hebt zin in het leven. Je levenslust is dus een cadeau wat je bij je geboorte hebt meegekregen. Door te leven ervaar je dat de werkelijkheid niet altijd plezierig is. En je creëert als het ware een sluier tussen jou en de werkelijkheid. Die sluier creëer je om je te beschermen, maar het effect is dat ie een afweerscherm wordt tegen de werkelijkheid. De ervaring dat er iets mis is of iets mis kan gaan geeft je al snel – in het dagelijkse leven – de focus dat er iets niet klopt. Vanuit die gedachte dat er iets niet klopt worden als het ware je innerlijke radars aangezet en die draaien rond om fouten, misstanden, onvolmaaktheden, voor je op te sporen. En die zorgt voor – al dan niet bewuste – kritiek op jezelf, de ander, je omgeving enz. Als je kritisch bent straal je dat uit en kan het zijn dat de ander je uit de weg gaat omdat jouw kritische houding de sfeer zwaar, oncomfortabel, negatief, maakt. Dit gaat vanzelfsprekend ook over je onuitgesproken kritiek. Je leeft in een complexe, ongrijpbare samenleving die je triggert om op voorhand boos, bang te worden. Maar als je vanuit deze optiek in het leven staat word je vanbinnen ook sceptischer, grauwer en cynischer. Pas als je stopt met het bekritiseren van jezelf, de ander, de regering, de wereld, en je accepteert wat er is en je focust je op het positieve, het mooie, dan verander je vanbinnen ook. Je fleurt op, je bloeit op en je wordt aangenamer om mee om te gaan. Levenslust en optimisme hangen niet af van de werkelijkheid, van de omstandigheden maar zijn een bewuste keuze.