Je komt vraagstukken, dilemma’s tegen waar je niet een-twee-drie een antwoord, een oplossing voor hebt. Het kan gaan om kwesties waarop oude antwoorden niet meer werken. Het kan gaan om vraagstukken die je nog nooit eerder aan het handje hebt gehad. Het kan gaan om vragen die je nauwelijks kunt bevatten. Het kan zijn dat er ogenschijnlijk wel antwoorden, oplossingen zijn, maar dat die voor je gevoel niet echt duurzaam zijn of niet wezenlijk de kern raken. Je moet tot een nieuw, ander, passend antwoord komen, maar hoe? De kunst is dan de interactie met de ander aan te gaan en deze interactie te zien als een zoektocht naar het grote onbekende. En er op te vertrouwen dat je samen in die zoektocht tot nieuwe inzichten komt. Juist omdat één en één meer dan twee is en je je bewust bent dat jij alleen niet een oplossing, een antwoord kunt formuleren en de ander ook niet. Een ontvankelijke houding, een toestand van ‘open-zijn’ is bij dit soort kwesties essentieel. En het bewustzijn dat je de/een ander nodig hebt om verder te komen. Alleen samen kun je tot nieuwe inzichten komen. Vraag de ander of die bereid is mee te zoeken. Of die bereid is om met jou samen verkennend aan de gang te gaan. Dat wil zeggen niet snel – snel conclusies trekken – dan komen er geen nieuwe inzichten, nieuwe impulsen. Verkennend zoeken vraagt het lef om stiltes te laten vallen. Vraagt de moed om dat wat je raar vindt uit te spreken. Het vraagt dat je gelooft dat alles wat in je leeft en wat je buiten jezelf waarneemt als mogelijk waardevolle ingrediënten te zien, als mogelijke bouwstenen voor een nieuw antwoord. Zoek een ander die bereid is om samen met jou oog te hebben voor prille impulsen, voorzichtige wenken, rare gedachtekronkels. Want juist dat soort signalen zijn een kiem voor nieuwe oplossingsrichtingen.