Het is confronterend om jezelf als een eindig, sterfelijk wezen te zien. Als je de/je dood ontkent en leeft alsof er geen einde is, stop je (te) veel energie in het onderdrukken van je innerlijke weten. Je ontkent namelijk iets wat je je van nature bewust bent. En waar je bang voor bent. Het is nogal wat om je eigen dood onder ogen te zien, laat staan om deze te accepteren. Als je er alles aan doet om te voorkomen dat je dood gaat, kun je niet leven. Als je (te) bang bent voor de dood, ga je ‘rare’ dingen doen in je leven om maar te overleven. Er zijn grote levensvragen waar je je tijdig toe dient te verhouden om voluit te kunnen leven. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe? Waarom leef ik? Deze vragen over het verleden, heden en de toekomst zul je onder ogen moeten zien. Je zult er je eigen antwoorden op moeten vinden, omdat het onbeantwoord laten van deze levensvragen een evenwichtig leven in de weg staan. Wil je deze vragen niet beantwoorden? Dan zorgt het ontkennen, ontlopen van deze vragen voor onrust en onbestemde angsten. Onbestemde angsten verwijzen altijd naar onbeantwoorde levensvragen.