Hoe aangenamer je bent, hoe meer de ander bereid is voor je open te staan. Hoe effectiever je bent. Hoe aangenaam ben je? Kijkt de ander uit naar jouw gezelschap en aanwezigheid? Je bent aangenaam als je openstaat voor de ander en geïnteresseerd bent in dat wat de ander denkt, doet en voelt. Je bent aangenaam als je niet alleen een probleem signaleert, maar ook actief en constructief meedenkt over oplossingen. Je bent aangenaam als je bereid bent om in alle situaties te kijken wat jij kunt doen en laten om de situatie te verbeteren. Je bent aangenaam als je open bent over je eigen wensen, verlangens en belangen. En als je openstaat om te weten wat de ander wil. En te onderzoeken hoe dat – wat jij wilt – verbonden kan worden met de wensen, behoeften en belangen van de ander. Je bent aangenaam als je niet meedoet aan roddel en achterklap. Als je altijd het goede in de ander zoekt en bereid bent om dat uit te spreken. Je bent aangenaam gezelschap als je bereid bent om je eigen wensen en verwachtingen opzij te zetten als dit dienstbaar en vruchtbaar is voor het geheel. Je bent aangenaam als je je focust op het nu en de toekomst en geen oude koeien uit de sloot haalt. Je bent aangenaam als je je focust op dat wat haalbaar en realistisch is en de grenzen van jezelf en de ander respecteert.