Goed luisteren is moeilijk. Soms ben je teveel met jezelf bezig. Dit kan zonder of met opzet gebeuren. Je kunt tijdens het luisteren ook afgeleid worden. Je kunt ook selectief luisteren: je pikt alleen de signalen op die voor jou interessant zijn. Ook dan ben je teveel met jezelf bezig. Het kan ook zo zijn dat je het verhaal vereenvoudigd of verkeerd interpreteert. Of dat je de neiging hebt om gaten in het verhaal van de ander, zelf op te vullen. Je maakt het verhaal compleet of verzint er zelf ontbrekende details bij. Dit doe je omdat je van logisch afgeronde, zinvolle verhalen houdt. Hierdoor kun je verhalen zo veranderen dat ze niks meer met de werkelijkheid te maken hebben. Wil je voorkomen dat je leemten zelf op gaat vullen dan kun je beter doorvragen of het verhaal checken. Het checken kun je doen door het verhaal van de ander in eigen woorden samen te vatten. De ander kan deze samenvatting dan al dan niet bevestigen. Je bent geneigd de boodschap van een ander te interpreteren gekoppeld aan je eigen ervaringen en kennis. Op zich is dit geen probleem. Echter, wel als de boodschap van de ander hierdoor vereenvoudigd of verdraaid wordt. Hierdoor kun je misverstanden of andere problemen creëren. Als je actief naar het verhaal van de ander luistert dan ben je gericht op de ander en op diens verhaal en niet op jezelf. Door je verbale en non-verbale gedrag stimuleer je de ander om zijn/haar verhaal te vertellen. Je geeft de ander de gelegenheid om vrijuit te praten. Onder non-verbaal aandachtgevend gedrag valt onder andere oogcontact, een ontspannen lichaamshouding, stimulerende gebaren (zoals een hoofdknik), handgebaren. Verbaal kun je je aandacht tonen door kleine aanmoedigingen zoals ‘hmhm’, ‘jaja’, ‘en toen?’. De timing van de kleine aanmoedigingen is belangrijk. Je kunt ze plaatsen in de natuurlijke korte pauzes die de ander in zijn/haar verhaal heeft. Te vroeg of te ondoordacht geplaatste aanmoedigingen kunnen de ander irriteren en afleiden. Stiltes spelen een belangrijke rol in een gesprek. Ze kunnen aanmoedigend zijn wanneer de ander een stilte ziet als een moment om even rustig na te denken. Het omgaan met stiltes is een van de moeilijkste zaken van aandachtgevend gedrag. Als je te snel een stilte op wilt vullen, kan dit getuigen van weinig aandacht. Voorkom dat je een stilte vult met het vertellen van eigen ervaringen of het aanvullen van leemten in het verhaal van de ander. Tevens kunnen lange stiltes pijnlijk zijn en de ander het idee geven dat het gesprek vastloopt. Hoe lang een stilte moet duren is afhankelijk van de aard van de stilte. Er is een beheerste en een niet-beheerste stilte. Bij de eerste kies je ervoor om niets te zeggen. Dit kan zijn in een situatie waarin de ander nadenkt, of naar woorden zoekt. Bij een niet-beheerste stilte weet je zelf ook niks meer te zeggen. Deze stilte roept snel een ongemakkelijke sfeer op. Door vragen te stellen geef je aandacht aan de ander. Open vragen geeft de ander de kans om naar inhoud en vorm te antwoorden. Open vragen beginnen meestal met ‘Hoe’, ‘Wat’ of ‘Kunt u iets vertellen over…’. Gesloten vragen worden ook wel gerichte vragen genoemd. Ze impliceren een bepaald type antwoord. Doordat ze gesloten zijn kunnen ze beantwoord worden met een bevestiging of ontkenning, of door feitelijke informatie. Een nadeel van de gesloten vragen is de suggestiviteit. Tevens kunnen ze ervoor zorgen dat de ander kortere antwoorden geeft. Hierdoor moet je steeds nieuwe vragen bedenken om het gesprek op gang te houden. Als je zoveel mogelijk of specifieke informatie wilt weten is een open vraag geschikt. M.b.v. deze vraag kun je controleren of je informatie goed begrijpt.
Ik ben op zoek naar een zgn. ‘leeg verhaal’. Een kleine vertelling die ik lang geleden eens van een psychologe meekreeg. Als luisteraar werd je ‘verleid’ om gaten op te vullen of zinnen te interpreteren.
Zou u me kunnen helpen aan zo’n ‘leeg verhaal’?
Nee sorry Henny!