In je dagelijks leven kom je in contact met allerlei mensen. Zij kunnen commentaar of kritiek geven op wat je denkt, zegt of doet. Als je je hierdoor niet voelt aangesproken, wuif dat dan niet weg. Maak je er niet vanaf door te denken of te zeggen dat het geheel en alleen bij de ander ligt. Dat jij niets te maken hebt met wat de ander over jou vindt.
Vraag jezelf af waarom de ander zich door jouw opstelling of gedrag niet gewaardeerd voelt.
- Heb je de woorden van de ander, misschien onbewust, genegeerd of gebagatelliseerd?
- Heb je ooit over de ander kwaad gesproken of geroddeld?
- Zie je de ander echt zoals hij of zij is? Of denk je in stereotypieën of karikaturen, waardoor je eigenlijk geen oog hebt voor hoe de ander echt is?
- Zie je de ander echt zoals die is met kwaliteiten, onvolkomenheden, inconsequenties en blinde vlekken; kortom: als net zo’n menselijk wezen als jij?
- Of vind je dat jij beter, sneller, wijzer bent dan de ander en plaats je jezelf, onbewust en onbedoeld, boven de ander?
Zonder dat je je het bewust bent, kun je uitstralen wat je denkt en vindt over de ander. De ander voelt dat haarfijn aan en reageert daarop omdat die zich dan – terecht – niet gezien en serieus genomen acht. Dat kun je alsnog herstellen door de gift van de ander, dat wil zeggen de moeite en de moed van de ander om jou commentaar en kritiek te geven, te aanvaarden, te overwegen en er na verloop van tijd op terug te komen.