Wil je na een nare gebeurtenis waarin de ander de fout is ingegaan verder, dan komt de vraag of je kunt/wilt vergeven om de hoek kijken. Een proces van vergeven komt niet ‘zomaar’ op gang. Het vraagt dat je welbewust beslist dat je dat wat vervelend, naar was achter je wilt laten, omdat je stagneert. Als je verder wilt, zul je het besluit moeten nemen dat je je onverzoenlijkheid, je verbolgenheid, je gekwetstheid achter je wilt laten. Wil je daar niet los van komen, omdat je het vanbinnen ‘plezierig’ vindt dat je de ander zaken kunt verwijten, dan start er geen proces van vergeving en stagneer je je eigen levensvreugde en vitaliteit. Naast een wilsbesluit dat je los wilt komen van je negatieve gedachten en gevoelens, zul je bewust op zoek moeten gaan naar wat wel goed was tussen jou en de ander. Wat goede herinneringen zijn, wat plezierige kwaliteiten van de ander zijn. Vergeven houdt (bijna) nooit in dat het weer wordt zoals het was. Dat kan niet. Vergeven geeft wel nieuwe energie om verder te gaan.