Je komt het tegen in je leven. De ander draait je een loer. Pleegt verraad. Beliegt je, besteelt je. Haalt een gemene streek uit. Stelt je diep teleur. Je primaire, menselijke reactie is dat je kwaad met kwaad vergeldt. Je wilt de ander laten voelen, ervaren wat je zelf hebt meegemaakt, gevoeld. Kwaad moet met kwaad vergolden worden. Door kwaad met kwaad te vergelden wil je in feite de ander straffen en de ander laten voelen dat je hem/haar als je mindere ziet. De uitdaging is om niet dezelfde wapens te hanteren als de ander. Want door dat te doen laat je zien dat je uit hetzelfde hout bent gesneden en geen haar beter bent. Revanche, wraak voelt immers maar even goed. Daarna blijf je met een onaf, onbevredigd gevoel zitten. Omdat een ander beschadigen ook altijd schade aan jezelf toebrengen betekent. Als de ander je iets aandoet en het doet je pijn, kun je dan ook vanuit de wetenschap leven dat de ander zich door deze daad zichzelf voldoende kwaad doet? De kunst is dat je vanuit een natuurlijke behoefte niet de ander straft, maar het laat. Door er niet met anderen kwaad over te spreken. Door de dader niet aan te spreken en te vertellen wat je ervan vindt. Vertrouw er op dat de ‘dader’ in de meeste gevallen heel goed weet dat hij/zij jou iets kwalijks aandoet. Veroordeel de dader niet, maar doe de dingen zoals jij ze doet. Naar eer en geweten. En laat de tijd zijn werk doen. Geen enkele kwalijke daad blijft immers zonder effect voor de ander die het heeft begaan. Vertrouw erop dat jij daarin niets hoeft te doen. Alles wat je wilt doen zal al heel snel als een straf uitpakken, en dan word je ook dader. En dan ben je geen haar beter. En de situatie wordt er niet beter op.