Heb je het gevoel dat je helemaal niet zo vaardig of slim bent als de ander denkt. En ben je onbewust bezorgd dat de ander dat op een dag merkt? Ben je ervan overtuigd dat de ander jouw kennis, kunde en vaardigheden overschat? Dan heb je mogelijk te maken met het impostor syndrome. Het houdt in dat je goede prestaties behaalt, maar dat die geen invloed hebben op je zelfvertrouwen en op je zelfbeeld. Als je hier last van hebt, ben je er onbewust van overtuigd dat je successen onverdiend zijn. Je denkt vanbinnen dat je niet daadwerkelijk kunt wat je kunt. Je denkt dat je geluk hebt gehad en dat je resultaten of successen toevallig zijn behaald. Je schrijft dat wat je realiseert aan een ander of aan de omstandigheden toe. Je miskent, onderschat jezelf. Je accepteert je eigen kwaliteiten niet. Het positieve is dat je, omdat je twijfelt aan je eigen kunnen, extra hard werkt en je daardoor sneller ontwikkelt en betere resultaten haalt. Het nadeel is dat je jezelf sneller overbelast, omdat je geen gevoel hebt voor dat wat je realiseert. En een ander nadeel is dat je geen positieve gevoelens hebt over dat wat je doet. Je bent onvoldoende trots op je resultaten. Bescheidenheid is in sommige situaties een mooie kwaliteit maar het impostor syndrome kan ervoor zorgen dat je je eigen ontwikkeling blokkeert, omdat je, als je twijfelt aan je eigen kunnen, minder risico’s neemt en je hoofd onder het maaiveld houdt. Het kost veel energie omdat je het gevoel hebt dat je iets niet kunt. Daarom doe je extra je best en omdat je je best doet, bevestig je bij jezelf het idee dat het alleen goed gaat omdat je er zo keihard voor hebt gewerkt. Je resultaten zijn er dus door je harde werken, niet omdat je het kunt. Zo is je gedachte. In feite bedrieg je jezelf. En je houdt jezelf kleiner dan je bent. Je resultaten zijn jouw resultaten. Je prestaties heb jij neergezet. Als je ze niet als zodanig erkent, hou je jezelf voor de gek. Maar je brengt de ander ook in een lastige positie, omdat het voor hem/haar lastig is om met jouw ontkenning om te gaan. Geloof wat de ander tegen je zegt. Erken dat je wat kunt. En wees trots op dat wat je neerzet.