Als je iets heel goed kunt kun je in de valkuil stappen door de ander te vertellen hoe hij/zij dat, wat jij goed kunt, zou moeten doen. Je legt haarfijn uit hoe de ander het het beste kan aanpakken. Het is immers logisch dat die luistert naar jouw adviezen en instructies, want hoe jij het doet werkt toch het beste? Dit is echter de vraag. De ander is een ander. En heeft een eigen stijl, een eigen werkwijze, een eigen aanpak. Als je de ander – ongevraagd – precies uitlegt hoe iets – volgens jou – moet gebeuren, belemmer je de bewegingsvrijheid van de ander. De ander voelt zich niet vrij, omdat die voelt dat iets moet gebeuren op jouw manier. Geef de ander de vrijheid om iets op zijn/haar eigen manier te doen. Ook al denk jij dat het sneller, efficiënter, beter kan, schrijf niet voor hoe de ander het moet doen. Dat wekt weerstand en geeft verzet. Slimmer is om je steun aan te bieden. En aan te geven dat de ander altijd bij je kan aankloppen voor hulp en advies. Juist door de vrijheid en ruimte die je geeft zal de ander sneller om je ondersteuning vragen. En juist doordat de ander het op zijn/haar eigen manier mag doen, stelt de ander zich open voor jouw ervaringen en aanpak.