Als je jezelf al een tijdje kent, weet je intussen wat je eigen alarmbellen zijn. Wat signalen zijn waardoor je geïrriteerd, terneergeslagen of boos wordt. Je weet – als je terugkijkt en je samen met een ander kijkt naar een bepaalde situatie –  waar je gevoeligheden zitten, wat je ’triggert’. Een belangrijk signaal is als je de woorden ‘nooit’, ‘altijd’ uitspreekt (of hoort). Een ander signaal is wanneer je jezelf (of de ander) een vraag hoort stellen waarop het antwoord al bekend is. Ook is het een teken aan de wand als je je adrenaline voelt stijgen. Dan is het oppassen geblazen. Als je weet wat jouw persoonlijke signalen zijn, kun je ook nadenken wat je kunt doen om niet in je gebruikelijke, negatieve patronen te vervallen. Richt je op hoe je wilt reageren. In plaats van teleurgesteld te zijn op wat er is. Stel geen vragen waarop je het antwoord al weet. Zie de realiteit onder ogen en besluit hoe je daarmee omgaat. Zorg ervoor dat je de ander niet beschuldigt of veroordeelt. Het brengt je verder van huis. Wat kun je doen om de situatie op te lossen? Dat is de enige relevante vraag. Overdrijf zaken niet. Zie tegenslag als een normaal gegeven. Shit happens. De enige relevante vraag is hoe je de schade kunt beperken. Je focussen op een oplossing is constructiever dan je ongenoegen, je frustraties uiten.