De relatie tot je bloedeigen familie is de meest lastige relatie die er is. Ook al verbreek je alle banden, je zult toch innerlijk gebonden blijven. Het kan niet anders. Je blijft van binnen afhankelijk, ook al zie je je familieleden niet meer. Het interessante is dat ook al is er geen contact meer, je toch gedragspatronen die voortkomen uit je familie (onbewust) zult herhalen. Ongelofelijk maar waar. Soms is er een time-out nodig om uit te vinden wie je zelf bent. Maar in die reflectieperiode zul je merken hoeveel je – al dan niet genetisch – hebt meegekregen van je (voor)ouders. Je bent jezelf, maar je bent onlosmakelijk ge-/verbonden; je bent niet voor niets bloedverwanten. Als je jezelf hebt gevonden/hervonden, kun je de communicatie en de relatie weer aangaan. En is het de kunst om je zelf te zijn en je familieleden te laten zijn wie ze zijn. Je ziet ze, je staat open voor ze, maar daarbinnen ben je jezelf. En je eert ze voor wat ze je hebben gebracht, hebben gegeven, hebben geleerd. Als je hen respecteert, eert, respecteer je jezelf, eer je jezelf. Je verbindt je hierdoor met je eigen wortels. En die wortels heb je nodig om stevig in het leven te staan. Alleen als je contact hebt gemaakt met je wortels kun je je eigen weg volgen. Zonder contact met je wortels ben je krachteloos.