In je leven is er de ander (geweest) met wie je moeite hebt (gehad) vanwege te hoge verwachtingen, een moeilijk karakter, een verslaving, lastig gedrag etc. Het kan zijn dat je vanwege relatieproblemen, overlijden, een gevangenisstraf of een opname in de psychiatrie nauwelijks of geen contact meer met de ander hebt. Toch is het belangrijk dat je de ander niet ‘vergeet’, niet wegmoffelt. Het is essentieel voor je eigen geestelijke gezondheid dat je de ander een openlijke en duidelijke plek in je geschiedenis geeft. De ander heeft het ‘recht’ om een eigen plek te krijgen. Als je de ander doelbewust vergeet of een kleinere plaats in je geschiedenis geeft, dan ontken je door het ontkennen, miskennen van de ander, een deel van jezelf. En deze ontkenning zal altijd zijn tol eisen. Accepteer dat de ander deel uitmaakt van je verleden. Kijk wat je waardeert in de ander en hoe je dat kunt ‘eren’. En neem de ander – die je misschien het liefst zou vergeten – altijd mee als je in het heden of je verleden spreekt. Door de ander oprecht een plek te geven voorkom je dat je onverwacht in jezelf, bij jezelf geconfronteerd wordt met heftige emoties of niet te herleiden irritaties. Alles wat niet een plek krijgt komt namelijk op onverwachte – vaak ongelegen momenten – om de hoek kijken in de vorm van heftige emoties.