Als je vertrouwen in iets of iemand geschonden is, is het lastig om de ander of de situatie met een open vizier tegemoet treden. Dit kan moeilijkheden veroorzaken in je communicatie met de ander. Het kan zijn dat je zo normaal mogelijk met de ander wilt omgaan, maar tegelijkertijd wil je niet meer teleurgesteld of beschadigd worden. Het is goed mogelijk dat je daardoor een tegenstrijdige boodschap afgeeft. Je vraagt iets van de ander, maar je geeft tegelijkertijd aan dat je er niet op rekent dat de ander doet wat je vraagt. Je geeft aan dat het waarschijnlijk niet zal lukken, omdat het verleden dat bewezen heeft. Je vraagt van de ander een mission impossible. Je maakt het de ander onmogelijk om goed te reageren. De ander kan gewoon niet adequaat reageren. Waar moet die op reageren als jij een tegenstrijdige boodschap afgeeft? En jij kunt door de (altijd!) foute reactie van de ander (opnieuw) bevestigd worden in je negatieve ervaring en wegduiken in teleurstelling of boosheid. Je creƫert een patroon van verwijten en verdedigen. Je blijft in een discussie van goed en fout hangen. Je hoeft zelf niet te bewegen, niet te reflecteren, want de ander bewijst immers weer dat wat je zegt klopt. Maar het is eerlijker om je focus op jezelf te richten. In feite ben je oneerlijk. Je geeft de ander geen oprechte kans en je lokt hem/haar in feite in een val. Wil je de frictie tussen jou en de ander niet verergeren, dan is het raadzaam om dat wat je vraagt van de ander ook echt af te stemmen op wat hij/zij daadwerkelijk kan. Dus een redelijke vraag waar de ander ook echt aan kan voldoen. Waardoor de ander ook echt in staat is om te presteren en daardoor kan werken aan het herstellen van het geschonden vertrouwen. Als je echt geen vertrouwen in de ander meer kunt hebben, voorkom dan dat je de ander in een onmogelijke positie brengt. Je voorkomt zo dat jullie relatie verslechtert.