Openheid is mooi. Door te vertellen wat er in je leeft laat je je kennen. Weet de ander wat er speelt, wat je denkt en voelt. Door open te zijn laat je de ander zien dat je een (samenwerkings)relatie wilt. Door te delen stimuleer je de ander ook om open te zijn, zichzelf te laten zien. Het is goed om na te denken waarover je open bent. En hoe ver je in je openheid gaat. Is het wel raadzaam om bepaalde dingen te delen. Kan de ander er wat mee? Ben je niet ongewenst intiem? Realiseer je dat wat je deelt dus naar buiten is gebracht en niet meer alleen van jou is. De informatie die je hebt gedeeld en die mogelijk intiem was, is nu naar buiten. En wat er verder mee gebeurt, ligt nu ook in handen van de ander. Als de ander intieme zaken met je deelt, ben je niet verplicht dit ook te doen. Je bent vrij om dingen voor jezelf te houden. Zeker als je de ander nauwelijks kent. Je weet namelijk niet wat de ander met jouw persoonlijke, intieme informatie doet. Het lijkt meer en meer gebruikelijk om van alles te delen met de ander. Vraag je af of je hieraan mee wilt doen. Of je echt van binnenuit deze behoefte voelt. En of het passend en wenselijk is de ander bepaalde zaken te vertellen. Ken je de ander goed genoeg? Wat betekent dit delen nu en in de toekomst voor je verhouding met de ander? Door te veel openheid kan de ander zich ongemakkelijk (gaan) voelen. En te veel openheid kan jou of jouw positie (te) kwetsbaar maken.