Als je net als de ander ‘mens’ bent, zul je niet zonder slag of stoot veranderen. Dan zul je weten dat je niet van de een op de andere dag zonder valkuilen en vervormingen door het leven gaat. Je zult ontdekken dat veranderingen heel geleidelijk gaan. En je zult merken dat als je denkt twee stappen vooruit gezet te hebben, je toch weer een stap achterwaarts gaat. De weg van de verandering is geleidelijk en die weg vraagt zelfinzicht. Het is verstandig om op die weg de ander als een spiegel te zien van jezelf. Kijk naar de ander en ga ervan uit dat wat je in de ander ziet een deel van jezelf is. Je kunt immers niets waarnemen, opmerken wat jezelf niet kent. Het is de uitdaging om tegen alles wat je ziet ‘ik’ te zeggen. Of het nu kwaliteiten of onhebbelijkheden zijn. Het is goed mogelijk dat je niet kunt geloven dat datgene wat je ziet, wat je bewondert of verafschuwt, ook in jezelf aanwezig is, dat je in je eigen spiegel kijkt. Je herkent niet dat datgene wat je ziet ook in jezelf is. Het gaat dan om iets wat je hebt weggestopt, afgewezen of onderdrukt. Wat je bij de ander ziet, kan ook de tegenovergestelde kwaliteit zijn van een eigenschap die jezelf hebt. Je bewondert de rust van de ander omdat jezelf overactief bent. Je stoort je aan het naar-buiten-gerichte van de ander, wat je in feite attendeert op je eigen introversie. Als je ervan uitgaat dat de ander iets van jezelf spiegelt, is het interessant om te zien wat je opvalt bij de ander. En om te herleiden wat dat zegt over jezelf. Is het een verborgen, miskende kwaliteit van jezelf? Is het een vervorming die je bij jezelf niet onder ogen wilt zien? Of is het een kwaliteit die je bij jezelf tot ontwikkeling zou moeten brengen?