Je bent geneigd om met beperkte informatie een beeld van iets of iemand te vormen. Als je een beeld vormt, zit daar altijd een risico in. Je beelden werken in alles door. Enerzijds creƫer je iets, anderzijds kun je iets kapotmaken, tenietdoen door een beeld te vormen. Als je een beeld vormt, pin je iets vast, je legt iets vast. Doordat je iets vastlegt, verdwijnt je openheid als sneeuw voor de zon. Als je moeite hebt om iets of iemand ruimte te geven, ga je een beeld vormen. Als je een beeld vormt, schuif je datgene wat er is opzij. Je ziet de ander of datgene wat er is niet, want je zet het beeld dat je hebt gevormd ertussen. Je communiceert niet met wat er is, maar je communiceert in feite vanuit en met het beeld dat je zelf hebt geformeerd. Dit geeft irritatie omdat de ander voelt dat je hem/haar niet echt ziet, maar een eigen beeld van hem/haar hebt gemaakt. De ander voelt zich niet gezien en dat doet altijd wat met hem/haar. Door je erin te trainen om echt te zien wat er is, kun je je losmaken van de beelden die je onbewust en ongewild gevormd hebt. Dat geeft je zelf meer ruimte. En de ander wordt recht gedaan, omdat hij/zij zal voelen dat je hem/haar werkelijk ziet. Dat is de grootste gift die je kunt geven.