Stel je werk is het helpen van andere mensen, in welke vorm dan ook. Misschien geeft het helpen je een fijn gevoel. Je wordt gezien, er wordt naar je geluisterd, je bent nodig. Je voelt door je helpen dat je waardevol bent. Doordat de ander van jou afhankelijk is/lijkt, kan het zijn dat je denkt ’meer’ te zijn dan de ander. Je hebt immers kennis, vaardigheden, ervaringen die de ander niet heeft?! Toch is de vraag wie wie nodig heeft. En wie wie nu feitelijk helpt. Als je graag helpt, is het immers wel fijn dat de ander beschikbaar en bereid is om zich te laten helpen. Dus in feite helpt de ander die jouw hulp ontvangt jou door te zorgen dat jij kunt doen wat je wilt. De ander geeft jou je positie, omdat die bereid is jouw positie te erkennen. Het relativeert meteen je positie als ’betweter’, je veronderstelling dat je meer zou zijn omdat je (op een bepaald terrein) meer weet of kunt. Het is goed om deze wederzijdse afhankelijkheid te zien en ernaar te handelen. Jij bent, omdat de ander er is. Weet ook dat als je je wilt ontwikkelen als ’helper’, de ander die jij helpt over cruciale informatie beschikt die jou kan helpen om je werk te verbeteren. Dus realiseer je dat jij niet alleen wat ‘geeft’, maar dat de ontvanger jou ook veel kan ‘(terug)geven’ . Als je je bewust bent van deze onbewuste, misschien zelfs onzichtbare wederkerigheid, dan is er meer gelijkwaardigheid. Dat is vaak wel zo prettig.