Je weet heel goed wanneer de ander te dichtbij je staat. Dan is de ander in jouw persoonlijke ruimte. Je hebt je eigen territorium en in die ruimte wil je een zekere mate van bewegingsvrijheid en controle hebben. Je wilt bepalen wie er in die ruimte mag komen en hoever de ander in die ruimte mag komen. Dat steekt nauw. Het gaat erom dat de ander niet te dichtbij en niet te ver weg van je is. Het gaat om een juiste afstand en dat is persoonlijk. Door middel van de afstand die je houdt ten opzichte van de ander communiceer je hoe je je ten opzichte van de ander verhoudt, wat je van de ander vindt. Het is ook wonderlijk dat hoe groter de ruimte is waarin je bent, hoe kleiner de afstand tussen jou en de ander mag zijn. Een grote ruimte op zich geeft je al ademruimte. Is de fysieke ruimte waarin je bent klein, dan zul je de neiging hebben om minder persoonlijke ruimte te ervaren en hou je dus meer afstand. Je hebt je persoonlijke ruimte nodig om te kunnen ademen, te bewegen en om bij jezelf te blijven. Neem je onbewuste fysieke behoefte om je eigen ruimte te behouden serieus, want het is een natuurlijke graadmeter hoe je in je vel zit en hoe dichtbij je de ander wilt laten komen. Je ruimte aanvoelen en ‘bewaken’ (door weg te bewegen als de ander te dichtbij komt) is nodig omdat je anders ‘rare dingen’ gaat doen. Komt de ander ongevraagd en ongewild in jouw ruimte, dan zal je impuls zijn om de ander af te weren of om boos te worden. De ander geeft jou in jouw beleving onvoldoende ruimte voor je eigen plekje en dat heeft tot gevolg dat je je stekels opzet. Je kent net als ieder ander mens situaties waarin je je persoonlijke ruimte moet opgeven. Een ander treedt je territorium binnen omdat je bijvoorbeeld hulp of steun nodig hebt. Je hoort of je ziet dan dingen van de ander die je liever niet weet. En de ander ziet en hoort dingen van jou die hij/zij liever ook niet weet. De ander dringt onbewust en ongewild jouw zone binnen en dat kan enorm irriterend zijn. Het vraagt van jou dat je je realiseert dat de ander in jouw zone zit en dat dat gedragsmatig (aan jouw kant) risico’s met zich meebrengt; de ‘uitbarstingen ‘ liggen op de loer. Doet de situatie zich voor dat een ander noodzakelijkerwijs in jouw ruimte moet treden, gebruik dan je verstand om deze precaire situatie te handelen. Moet je noodgedwongen in een andermans persoonlijke ruimte zijn, ga daar dan decent mee om en realiseer je dat je zorgvuldig moet omgaan met de kwetsbare positie waarin de ander zit. Je weet immers zelf hoe fragiel je je kunt voelen als de ander in jouw zone is.