In onze westerse samenleving wordt waarde gehecht aan uniciteit, aan eigenheid en aan het maken van eigen creaties. Ook in het onderwijs is veel aandacht voor eigenheid. Methodes, systemen, opdrachten probeert men zoveel mogelijk te laten aansluiten op de belevingswereld van de leerling, de student. Er moet veel vanuit jezelf komen en je wordt gestimuleerd om origineel te zijn. Het is de vraag of dat altijd realistisch is. In het verleden was er meer ruimte voor imitatie. Iemand deed voor wat je moest doen en je deed de ander na. Je leerde aan van het voorbeeldfiguur en dat zorgde ervoor dat je een vaardigheid onder de knie kreeg. Het is jammer dat wij imitatie als een manier om iets te leren niet meer op waarde schatten. Je kunt namelijk op veel terreinen verder komen als je mensen probeert na te doen die in jouw ogen goed functioneren, presteren. Het gaat er natuurlijk niet om dat je het leven van de ander probeert te leven. Dat kan niet en is zelfs onwenselijk. Wel kun je goed observeren wat degene doet die iets kan wat jij zou willen kunnen of die iets teweegbrengt wat jij ook teweeg zou willen brengen. Wat doet die ander wat een positief effect heeft? Welke kwaliteiten zet de ander in en kun je die overnemen? Het kan zelfs nodig zijn dat je de ander goed observeert en zijn/haar gedrag een tijdje letterlijk kopieert. Wees niet bezorgd dat je identiek wordt aan de ander. Je eigenheid zal altijd door je heen blijven schijnen. Wees verstandig en kijk wie of wat jij zou kunnen imiteren, zodat je jezelf verder kunt ontwikkelen. In het imitatieproces zul je merken dat je eigenheid vanzelf haar weg vindt.