Je kent het misschien wel: je onderneemt niks, je neemt geen besluiten, want je wacht nog op iets of iemand. Op informatie, op een reactie, op een actie van de ander. Of je onderneemt niks omdat de situatie nog moet veranderen. De juiste omstandigheden of de ogenschijnlijk noodzakelijke voorwaarden zijn er niet. Al heel snel in het wachtproces gaat het bij je kriebelen. Je raakt geïrriteerd en terecht, want je merkt dat alle energie en motivatie wegvloeit als je in de wachtstand zit. Als de ander of de omstandigheden je in de wachtstand drukken, wees dan alert. Als jij er wel klaar voor bent en van start wilt gaan, maak je zelf dan niet afhankelijk van de ander of van de omstandigheden. Kijk waar jouw mogelijkheden liggen en of je (alvast) aan de slag kunt zonder dat je informatie of toestemming nodig hebt van de ander. Hoe kun je je wachttijd optimaal benutten zodat je gemotiveerd en energiek blijft? Stel je niet te afhankelijk op en hou je (zelf)regie en pak op wat je kunt oppakken. En stel je tegelijkertijd de vraag of het gegeven dat de ander jou laat wachten geen teken is. Is de ander wel echt bereid, heeft de ander wel echt de wil om stappen te zetten? Het is niet onmogelijk dat de ander je (onbewust) aan het lijntje houdt, omdat die niet kan, niet wil, niet durft en niet de guts heeft om dat eerlijk en duidelijk te communiceren. Hij/zij hoopt dat je tussen de regels door zult begrijpen dat er van zijn/haar kant niets gaat gebeuren. Hou het roer zelf in handen, wacht niet te lang en wacht niet af en hak knopen door als jij het nodig vindt. Als je jezelf in de wachtstand plaats, kan je de boot missen. Uitstel kan zich zo doorontwikkelen naar afstel !