Het is nog niet zolang geleden dat we dingen die niet goed functioneerden makkelijk ‘weggooiden’. Het geld was er blijkbaar en we wilden weer wat anders of een betere versie uitproberen. Maatschappelijk gezien werden daar maar weinig vragen over gesteld. De economie moe(s)t draaien en verspilling was nauwelijks een thema. Nu de economische situatie wat minder is, kijken we wat anders naar zaken. De ogen gaan langzamerhand open en we vragen ons af waar we mee bezig zijn. Kan iets niet gerepareerd worden? Is nieuw wel nodig of kan tweedehands ook? Wegen de kosten wel tegen de baten op? Hebben we het artikel überhaupt wel nodig? Willen we ons geld er wel aan uitgeven? Kunnen we oude en nieuwe dingen niet combineren? Aan bestaande (‘oude’) dingen iets nieuws toevoegen is een beweging in de mode en meubelindustrie. Er wordt gekeken of aan iets wat er is, iets nieuws toegevoegd kan worden, zodat er een vernieuwd artikel ontstaat zonder veel kosten en met een geheel eigen karakter. Het zou mooi zijn als de beweging om iets bestaands door te ontwikkelen in plaats van ‘weg te gooien’ of ‘af te breken’ ook zijn opgeld gaat doen in veranderings-/reorganisatieprocessen. Hoe vaak wordt er zo rigoureus veranderd dat datgene wat ooit wel krachtig was en werkte vergeten werd en zo de kind met het badwater werd weggegooid? Hoe vaak komt het niet voor dat het nieuwe ‘omarmd’ wordt als het enige ware en er geen aandacht is voor wat waardevol is in de huidige situatie? Het gegeven dat er nauwelijks waarde wordt gehecht aan wat waardevol is in de huidige situatie zet vaak kwaad bloed. Veranderingsprocessen zijn en blijven nodig, om de doodeenvoudige reden dat statisch blijven geen optie is. Maar laten we verspilling voorkomen en aansluiten bij datgene wat goed gaat en weghalen van datgene wat niet werkt in plaats van alle hoop te vestigen op een geheel nieuw iets. Dat is irreëel en doet geen recht aan het heden.