Je ziet dat de ander met vragen, problemen worstelt. De ander kan zoveel problemen hebben dat het je overweldigt en dat je niet weet wat je kunt doen. Misschien ga je de ander uit de weg, omdat je het te confronterend vindt. Misschien adviseer je de ander wat die met al die problemen volgens jou zou moeten doen. Misschien wil je zelf actief helpen in het oplossen van de ander zijn/haar problemen. Dit zijn allemaal normale menselijke reacties. Het is de vraag of datgene wat je doet de ander ook echt helpt. Of dit overeenkomt met datgene waar de ander behoefte aan heeft. Het is goed mogelijk dat de ander ‘slechts’ zit te wachten op je nabijheid. Dat die (in eerste instantie) genoeg heeft als hij/zij het gevoel heeft dat je letterlijk en figuurlijk naast hem/haar staat. Deze fundamentele behoefte wordt vaak over het hoofd gezien doordat we of te bang zijn voor de confrontatie of te snel in de ‘willen-helpen-modus’ schieten. Door erbij te zijn en je mond dicht te houden en mogelijk iemand zijn/haar hand vast te houden, doe je al heel veel. En in veel gevallen kan dit al genoeg zijn en ervoor zorgen dat de ander zijn/haar eigen kracht wordt aangesproken. En natuurlijk kun je dan vragen of je iets voor de ander kan doen. Het is goed mogelijk dat bij ‘gewone’ problemen de ander alleen even tegen je wil aanpraten en dat dat genoeg is. De ander kan wil dat je hem/haar helpt met ordenen van de tegenstrijdige gevoelens of het meedenken over prioriteiten.