Mogelijk ken je in je nabije omgeving mensen met grote idealen. Misschien ben je zelf een idealist. Op zich klinkt het mooi om een idealist te zijn. Je hebt een droom, je zet je ergens voor in, je hebt een visie die je nastreeft. En zeker als het een nobel ideaal is, zul je weinig tegengas krijgen. Maar het is ook goed om de schaduwkanten van idealisme eens te bekijken. Als je idealistisch ben, ben je gericht op verandering, verbetering. Datgene wat er is, is niet (goed) genoeg. Het moet anders, het moet beter, het moet passen in je ideaalplaatje. Als je een ideaal hebt, betekent het immers dat jij en je omgeving nog niet zijn zoals het zou moeten zijn en dat gegeven veroorzaakt spanning, schuldgevoelens en misschien zelfs stress. Je kunt ontevreden worden omdat het nog niet zo is zoals het moet zijn. En dit geeft onrust vanbinnen, waardoor je niet goed kunt zien wat er wel is. Je idealen zijn een wenkend perspectief en stimuleren je om dingen die niet goed zijn te willen verbeteren. Maar voorkom dat je dogmatisch en dwingend wordt, dan houd je oog voor wat er in het heden al goed is. En weet dat er geen duurzame verandering kan komen als je boos, verontwaardigd of gefrustreerd bent. Want als je vanuit die emoties actie onderneemt, kleeft dat aan je daden en dat negativisme heeft zijn uitwerking op je omgeving. De ander komt niet in beweging als je mopperend, veroordelend of geïrriteerd je omgeving probeert te beïnvloeden om (haar) te (laten) doen wat volgens jou nodig is. Wil je werken aan je idealen op een constructieve en voor jezelf en je omgeving effectieve manier, accepteer dan de dingen hoe ze komen en doe wat jou te doen staat op een niet pusherige en veroordelende manier. Dan kun je misschien realiseren dat de ander vanuit zichzelf, ongedwongen jouw ideaal wil ondersteunen.