Als je van een afstandje naar onze samenleving kijkt, dan valt op dat het taalgebruik aan een enorme verruwing onderhevig is. Woorden die tien jaar geleden in het vocabulaire van een ‘normale’ Nederlander niet voorkwamen, worden nu in de dagelijkse omgang te pas en te onpas gebruikt. Het lijkt volstrekt normaal om de meest platte en vunzige woorden in de dagelijkse omgang ‘onder ons’ te gebruiken. Op zich kun je je afvragen wat er zo erg is aan grof taalgebruik. Als iedereen het doet, ben je toch een kniesoor die daarop let? Waarom zeuren over grove taal als het voor de gebruiker niet zoveel betekent? Waarom zout leggen op al die slakken? Toch doet je taalgebruik meer dan je denkt. Het is meer dan wat woorden de openbare ruimte in knallen. Als je zelf ruw in je mond bent, doet dat iets met de ander, doet dat iets met de sfeer. Je grove, ruwe woorden zijn niet neutraal, ze brengen iets teweeg in de ruimte (sfeer), bij de ander en in je relatie met de ander. Grove woorden creëren een grovere, brutalere sfeer waarin andere dingen (kunnen) gebeuren. Als je neutrale of positieve, constructieve woorden gebruikt, creëer je een andere sfeer en gebeuren er andere dingen. Je woorden hebben immers een andere lading. Als je negatieve woorden gebruikt, ben je in wezen, mogelijk volstrekt onbewust, bezig je sociale milieu te vervuilen. Ben je je er ook van bewust wat er in jezelf en met jezelf gebeurt als je taalgebruik verruwt? Weet dat als je ruwe woorden uitspreekt, dit niet gunstig is voor het opbouwen van een positief zelfbeeld. Als je grove woorden uitspreekt, zorgt dat ervoor dat je geen positief zelfgevoel creëert. Als je in een fijne sfeer wilt leven, als je jezelf positief wilt ontwikkelen, kijk dan eens kritisch naar je eigen taal. Misschien ben je al meer dan goed voor je is mee gaan doen met het verruwde taalgebruik.