Er is een periode geweest waarin groot-groter-grootst werd nagestreefd. Allerlei organisaties gingen fuseren vanuit de gedachte dat als iets groter zou zijn, er meer overlevingskansen en ontwikkelingsmogelijkheden zouden ontstaan. Ook zouden er veel kosten worden bespaard. Mensen die daar kritische vragen bij stelden, bijvoorbeeld over het verlies van de menselijke maat, werden weggezet als zeurpieten, onbenullen etc. Toch heeft de tijd laten zien dat hun zorgen wel degelijk relevant zijn geweest. Als iets te groot wordt, heeft dat gevolgen voor de verbondenheid, betrokkenheid en verantwoordelijkheid die mensen voor iets voelen. Mensen kunnen het idee krijgen dat ze maar een kleine schakel zijn in de hele keten en dat ze niet gezien worden, dat ze niet noodzakelijk zijn. En omdat de keten zo lang is, kan iedereen ook (ver)wijzen naar de ander en duurt het een hele tijd voor er een oplossing komt, voor er een besluit wordt genomen, voor er een verandering doorgevoerd wordt. Niemand voelt zich echt verbonden, niemand voelt zich echt aangesproken, niemand ervaart dat hij/zij wezenlijk invloed heeft. En dat zorgt voor grote problemen op allerlei terreinen. De tijd is nu rijp voor het kleine(re). Overzichtelijke organisaties waarbij iedereen weet waar het over gaat en waar het om gaat. Waarbij helder is wie waarmee bezig is en wat de bijdrage van een ieder is. En waar snel getraceerd wordt wat er goed gaat en waar zaken mis dreigen te gaan. Als je een fout begaat, wordt dat zichtbaar en is het zaak om meteen kleur te bekennen, want ontkennen, duiken, vluchten heeft geen zin. En dat betekent dat je getriggerd wordt om op jouw plek je volledige verantwoordelijkheid te nemen voor wat je doet of laat. En dat is uiteindelijk wel zo fijn! Sta jij er open voor om klein(er) als het nieuwe groot te ‘omarmen’?