Er is tegenwoordig veel aandacht voor een gebalanceerd leven. Een dergelijk leven lijkt veel voordelen op te leveren. Je schijnt je rustiger te voelen, je voelt je beter in je vel en je schijnt meer te genieten. Het klinkt aanlokkelijk en mogelijk is het ook (even) fijn. Maar de vraag is of een gebalanceerd leven wel zo aanlokkelijk en nastrevenswaardig is. En of het wel een bereikbaar ideaal is. Door rust en balans als ideaal neer te zetten dreigt het gevaar dat onrust automatisch gediskwalificeerd wordt. Dat is onterecht. Het is natuurlijk dat je als persoon zinvol, waardevol wilt zijn. Je wilt ertoe doen. Je wilt je ontwikkelen, je wilt jezelf uitdrukken. Je voelt je het meest in je element als je een uitdagend maar wel haalbaar doel hebt. Je wilt je energie ergens in steken. Je wilt aan de slag, een drive voelen. Je voelt je nutteloos als je te lang rust krijgt. Als je actief bent, voel je dat je ertoe doet. Dat heb je nodig. Zolang je regie hebt over wat je doet en hoe je het doet, is drukte en dynamiek geen probleem. Zolang je controle hebt over jezelf en je omgeving kun je veel aan. Toch is er die onmiskenbare behoefte aan balans. Die behoefte geeft wel degelijk iets aan. Die laat zien dat iets wat voor jou belangrijk is geen aandacht genoeg krijgt. Het vraagt natuurlijk rust om te onderzoeken wat meer aandacht van je nodig heeft. En als je dat weet, vraagt het veranderingen door te voeren die ervoor zorgen dat datgene wat je veronachtzaamt de aandacht krijgt die het verdient. De balans die je zoekt heeft mogelijk niet te maken met het streven naar evenwicht en rust, maar met het ruimte geven aan aspecten die je te weinig aandacht geeft. Balans zoeken gaat dus niet per definitie over meer rust, maar over aandacht hebben voor die dingen die voor jouw elementair zijn. En dan kan het zijn dat druk zijn of niet er niet toe doet.