Van nature overschat of onderschat je je eigen prestaties. Bij concrete, verifieerbare prestaties kun je je eenvoudig vergelijken met een ander. Dan heb je een reële kijk op hoe het is. Bij ingewikkelde zaken waar meerdere kanten aan zitten schat je jezelf niet correct in. Het gros van de mensen schat zichzelf te positief in. Je gelooft dat je ergens goed in bent. Je kunt echter beter het gedrag van de ander inschatten en voorspellen dan dat van jezelf. Je ziet zelf beter wat de ander zal gaan doen. Bijvoorbeeld of de ander aardig of gemeen zal zijn. Deze scherpzinnigheid heb je ontwikkeld om je eigen doelen te bereiken. Daar ben je vanaf jongs af aan in getraind omdat je afhankelijk was/bent van de ander. Jezelf, je eigen gedrag kun je lastig van buitenaf bekijken. Je wilt – dat is heel menselijk – een positief beeld van jezelf hebben en houden. Je ziet daarom dingen die er niet zijn maar die je meent te hebben omdat ze je welgevallig zijn. Of je ziet dingen niet die er wel zijn, omdat ze niet in je zelfbeeld passen. Je hebt dus net als de ander geen realistisch beeld van jezelf.