Vroeger werd het samenleven tussen mensen geregeld door morele en culturele beperkingen en verboden. En ook religieuze wetten waren toen belangrijke kaders. Dat was niet eenvoudig, want je was als mens meer gebonden en beperkt. Het heeft veel positieve kanten dat er nu meer keuzevrijheid is en ongebondenheid. Je bent vrijer om te doen en laten wat je wilt. Je bent niet meer gebonden aan wat je ouders of je omgeving van je verwachten. Maar laten we niet doen of dit alleen maar positieve kanten heeft. De vrijheid kent wel degelijk schaduwkanten. De vrijheid die je hebt brengt enorme mogelijkheden en de daarbij behorende keuzes met zich mee. Met alles wat daarbij hoort kun je alleen maar omgaan als je de illusie loslaat dat alles te regelen en te maken is. Het gaat om het realiseren en accepteren dat het niet-perfecte, het onvolmaakte de realiteit is en dat die niet veranderd kan worden en hoeft te worden. De vrijheid die je hebt werkt alleen als je geen ideale of perfecte situatie nastreeft. Hierdoor hou je de focus op de menselijke maat, wat ook al een grens op zich is. Daarnaast is discipline keihard nodig om te zorgen dat je vrijheid goed kunt blijven hanteren. In onze samenleving is zoveel overvloed; je hebt een natuurlijke neiging om daar gretig gebruik van te maken. Als je geen discipline kent, zorgt de grote vrijheid die er is dat je aan overvloed ten onder gaat. Je zult grenzen moeten trekken, je zult jezelf beperkingen moeten opleggen. Je bent pas echt vrij als je ook ergens aan gebonden bent.