Er zijn verschillende manieren van geven te onderscheiden:

Je kunt je tijd, je talenten, je energie, je geld aan iemand of aan een goed doel geven. Omdat je daar plezier aan beleeft. Dat doe je ’voor niets’; je verwacht daar niets voor terug te krijgen. Je doet het uit jezelf, uit liefde.

Je kunt ook geven om gezien, gehoord, geaccepteerd en/of er wijzer van te worden. Dat is een basisbehoefte. Om deze behoefte te vervullen is het normaal dat je bereid bent om te geven. Maar ook dat je openstaat om te ontvangen. Er vindt uitruil plaats tussen gever en ontvanger, op basis van overeenkomst en gelijkwaardigheid.

Je kunt ook geven met weer een andere bedoeling. Omdat je aardig gevonden wilt worden en bang bent afgewezen te worden. Dan geef je niet vrijuit; je wilt iets binnenhalen, namelijk erkenning en waardering. Je gift is dan gebaseerd op angst. Dit is een gevaarlijke manier van geven. Hierbij kun je, zonder daar erg in te hebben, je eigen fysieke en emotionele grenzen overschrijden. De kans is groot dat je jezelf weggeeft. Dat gaat ten koste van jezelf en kan je uitputten.

Wanneer je niet met plezier en zelfs met tegenzin geeft, kan dat duiden op een ’dubbele agenda’. Je geeft iets omdat je er ongevraagd iets (h)erkenning voor terug wilt krijgen. Als aan die behoefte niet wordt voldaan, loop je het risico dat je steeds meer gaat geven in de hoop op vervulling. Maar dat gebeurt meestal niet en dan raak je in toenemende mate gefrustreerd. Als je geeft zonder daarbij plezier te voelen, wees dan waakzaam. Begeef je niet in een persoonlijke uitputtingsslag onder het motto ‘voor wat hoort wat’. Probeer erachter te komen waarom je niet op waarde wordt geschat, of waarom je denkt dat dat zo is. Dat is beter dan ’jezelf weg te geven’.