Je kent het misschien wel: je vindt dat je in een bepaalde kwestie gelijk hebt. Eerlijk gezegd ben je er van overtuigd en schroom je niet datgene wat je vindt te delen. Je zet je argumenten op een rij, je doet je best om de ander te overtuigen. Je stopt energie in het bewijzen van het ongelijk van de ander. En mogelijk klopt het feitelijk gezien ook wel dat je gelijk hebt. Het gevoel dat je gelijk hebt kan goed voelen. Je voelt dat je leeft, dat je weet waarover je praat, dat je waardevol bent. Het geeft tijdelijk een boost aan je zelfvertrouwen. Het gaat echter na een tijdje wel schuren als je gelijk wilt hebben en de ander er anders in staat. Want door zelf bij je eigen gelijk te blijven, wijs je de ander indirect af. Je wijst hem/haar indirect op zijn/haar ongelijk. En dat zorgt ervoor dat de sympathie van de ander voor jou zal dalen. Die vindt je minder aardig, die zal je ontlopen. De relatie met de ander zal verslechteren. Vraag je af hoe belangrijk jij het vindt dat jij de brenger van het juiste, correcte nieuws bent. Vraag je af of het je tijdelijk lekker voelen opweegt tegen het irritant en vervelend gevonden worden door de ander. Spaar je energie en laat de ander in zijn/haar waarde. Dat houdt je relaties goed. Als gelijk hebben ontaardt in gelijk krijgen verlies je het contact met de ander.