Als je veel geeft, ontvang je meer. Als je erop gericht bent om in contact met de ander iets te brengen, zul je verbaasd zijn wat de ander bereid is je (terug) te geven. Als je bang bent dat je tekortkomt, dat de ander meer krijgt dan jij en als je denkt dat je niks terugkrijgt als je (te veel) geeft, denk en handel je vanuit je angst. Hierdoor ben je gericht op het zoveel mogelijk halen en ontvangen en minder op brengen, geven. Helaas werkt dit egoïstisch gedrag in de hand en liggen gierigheid en hebberigheid op de loer. Nare eigenschappen die ervoor zorgen dat de ander niet graag met je omgaat en waardoor je in een geïsoleerde positie belandt. Het soms onzichtbare proces van geven en ontvangen, van brengen en halen steekt heel nauw. De ander voelt haarscherp aan als je meer wilt krijgen dan geven, wat tot gevolg heeft dat de ander niet gedachteloos geeft maar nadenkt en afweegt. De ander geeft niet meer ruimhartig als jij achterhoudt of meer wilt krijgen dan ontvangen. Mogelijk denk jij dat de ander jouw berekenende houding niet doorheeft, maar dat is niet waar. Het proces van halen en brengen, van geven en ontvangen speelt in elke menselijke relatie. Als je alleen wilt profiteren en niks wilt teruggeven, wordt de gevende partij niet gemotiveerd en voelt die zich op enig moment gebruikt. En als die terughoudt omdat hij/zij voelt dat hij/zij door jou gebruikt wordt, zorgt dit ervoor dat die ook geen plezier voelt om met je om te gaan. Het stroomt niet meer. De elan is eruit. Wil je veel ontvangen, dan zul je de ander tot geven moeten stimuleren. En je stimuleert de ander om te geven door zelf ook gul te zijn.
Je kunt niet alleen maar halen als je ook niet iets wilt brengen. Je hebt in feite pas het ‘recht’ op de gift van de ander als je zelf ook gegeven hebt. En je geven kan op vele manieren: door aandacht te geven, door de ander te helpen met praktische dingen, door complimenten te geven, door een cadeautje mee te nemen, door hem/haar met iemand in contact te brengen. Er zijn veel manieren om te geven.