Je hebt een eigen binnenwereld nodig om je identiteit te ontwikkelen. Je leert in je kinderjaren dat er dingen zijn die je kunt vertellen en dingen die je (beter) voor jezelf kunt houden. Je leert dat er een binnenwereld en een buitenwereld is. Je leert het woord privacy inhoud geven, dat je bepaalde persoonlijke informatie niet deelt, waardoor je voorkomt dat de ander je leven binnenkomt. Ieder mens heeft zo zaken die hij/zij geheim houdt of die maar in heel beperkte kring gedeeld worden. Als je lange tijd een groot geheim met je draagt, heeft dat een enorme aanslag op je (psychische) gezondheid. Een geheim kan op geestelijk – en daardoor ook op lichamelijk – vlak effecten hebben. Je bent bang dat het uitkomt en dat kan je zo achtervolgen dat het gewone, gezonde relaties in de weg staat. Het lastige is dat als je een geheim niet deelt, je het onnodig opblaast. Door je geheim met een betrouwbare ander te delen kun je nuchtere feedback krijgen. Als je iets geheim houdt en je voelt dat het geheim je bezighoudt en je in de weg zit, is het tijd om het te delen. Geheimen waar je zelf geen last van hebt en die geen gevolgen hebben voor een ander, kun je beter voor je houden. Maar houd jezelf niet voor de gek en onderzoek je motieven om het niet te delen. Want weet dat als je het in feite wel zou moeten delen en het niet doet, je op zich goede relaties schade toebrengt omdat je achterhoudt. Kies zo mogelijk een onafhankelijk iemand om te delen. Iemand die niet oordeelt en met je kijkt wat te doen.