In onze samenleving word je op allerlei manieren gestimuleerd om je geld te investeren in spullen: een groter huis, een nieuw kledingstuk, een snellere auto, een interessant gadget. Voordat je je het goed bewust bent, kun je al verleid zijn om hierin te investeren. En zit je met een huis, een leven vol met spullen. En die spullen vragen aandacht, schoonmaak, onderhoud, reparatie. En als je ze zat bent of als ze ‘op’ zijn, mag je ze afvoeren. Als je naar jezelf toe eerlijk bent, weet je dat het bezit het einde van het genot is, wat zoiets betekent als dat materiĆ«le zaken niet of maar heel even je bevrediging kunnen geven. Echt, materie geeft maar korte tijd plezier, daarna wordt het ‘gewoon’ en ebt het plezier weg of verdwijnt het zelfs. Zo werkt materie. Het is dood en iets wat in zichzelf dood is, kan geen lang leven in je wekken. Als je dingen doet die plezierige herinneringen nalaten, zoals een bezoek aan een vriend, een schilderles, een wandeling, een concert bijwonen, zul je merken dat dat meer innerlijke verzadiging geeft. Plezierige ervaringen blijven hangen in je systeem en de herinneringen eraan geven je keer op keer plezier. Als je geld uitgeeft, realiseer je dan dat een investering in een mooie ervaring veel meer en langer rendement oplevert dan welke investering in materie dan ook.