Toen je nog jong en onbezonnen was, was het geen enkel probleem als je struikelde. Het was een gewoon iets, je stond op en ging verder met je leven. Als je jong bent, ben je niet bezig met wat de ander van je vindt. Je kijkt alleen met je onbevangen ogen naar iets. Als je ouder bent, weet je dat je niet alleen bent en dat de ander ook iets van je gedrag vindt. Als er dan iets gebeurt wat je lastig vindt, speelt meteen de buitenwereld een rol. Je realiseert je dat de ander er misschien iets van vindt en dat die zelfs in staat is om je te beoordelen of zelfs te veroordelen. Als je ouder wordt, wordt struikelen in welke vorm dan ook daarom iets waarvoor je je schaamt, wordt het iets gênants. Als je struikelt, wordt je gedwongen om even pauze te nemen en aandacht te hebben voor wat er gebeurt. Je kunt niet verder want je moet opstaan en de schade onder ogen zien voordat je verder kunt. Als je je schaamt voor je struikelpartijen in welke vorm die ook plaatsvinden, dan heb je verschillende manieren om daarmee om te gaan. Een heel bekende is dat je vlucht, je maakt jezelf zo onzichtbaar mogelijk; een geliefde methode voor de introverten. Een andere manier is dat je gaat vechten. Je leidt de aandacht van jezelf af en je gaat een ander bekritiseren, je spuwt je gal, je haalt de ander onderuit, je geeft de ander de schuld. Beide methodes zijn niet zo effectief en pakken niet gunstig uit in je relaties met andere mensen. Er is een derde en minder gehanteerde weg. Die is dat je niet wegloopt voor je gevoelens van schaamte. Je loopt niet weg, je raakt niet verwikkeld in een strijd, maar je staat stil en je voelt wat er valt te voelen. Je voelt en je bent nieuwsgierig naar wat er gebeurd is en je onderzoekt wat je zelf kunt leren van het voorval. Je geeft niemand de schuld, je legt niks buiten jezelf, maar je analyseert wat er heeft plaatsgevonden en welke les je daaruit kunt leren. Kun jij struikelen zien als een kans om te reflecteren en dus te leren?