Misschien ken je ook wel zo’n primaire reactie: de ander heeft verdriet of pijn en je probeert diegene af te leiden van zijn/haar emoties. Je begint over iets anders. Je bagatelliseert door naar nog iets ergers te verwijzen. Je eigent je de problematiek toe: “Ik weet precies wat je voelt, want ik….” Je geeft het advies dat de ander goed aan zichzelf moet denken. Je gaat medicaliseren en raadt de ander aan (medische) hulp te zoeken. Je geeft de ander het advies zijn/haar zegeningen te tellen. Je biedt de ander concrete hulp aan. Het is allemaal vanuit de goede intenties, maar je slaat onbewust en onbedoeld een belangrijke stap over. Je gaat van de emoties weg en je verplaatst de aandacht naar iets anders. Het lijkt bij onze samenleving te horen om bang te zijn voor pijn, voor lijden. Dat mag niet, dat is oncomfortabel, dus dat moet gauw weggewerkt worden. Onze samenleving kenmerkt zich door het geloof in de maakbaarheid . Dit ‘geloof’ veronderstelt dat er voor alles een ‘oplossing’ is en dat leed, onvermogen, beperkingen verkeerd zijn, tot een vergissing behoren. De groei van de amusements- en de face-liftindustrie zijn er een goed voorbeeld van. Het laat zien dat het lastig is om de nuchtere realiteit te aanschouwen dat de mens een kwetsbaar en fragiel wezen is met een beperkte ‘houdbaarheidsdatum’. In het algemeen heeft de ander die verdriet heeft niet de behoefte om door jou ‘afgeleid ‘ te worden. Je afleidingsmanoeuvre zegt meer iets over jouw onvermogen met de emoties van de ander om te gaan. Als de ander zijn/haar gevoelens van pijn, verdriet of wanhoop met je deelt en je weet niet goed hoe te reageren, dan is het juist pijnlijker en verdrietiger voor de ander als je hem/haar probeert af te leiden. De ander heeft geen behoefte aan afleiding, dat is jouw behoefte. De ander heeft behoefte om zijn/haar hart te luchten en wil dat er geluisterd wordt. De ander voelt zich niet werkelijk getroost als je niet luistert en hem/haar probeert te begrijpen. De enige behoefte van de ander is begrip en erkenning van zijn/haar gevoelens. In zo’n situatie is het stellen van open vragen honderd keer effectiever dan dingen zeggen. Wil je de ander echt helpen dan is het fijn als jij je niet door de emoties van de ander laat ‘overmannen’. Het is fijn voor de ander te voelen dat je de emoties begrijpt, maar je er niet mee identificeert. Door je niet met de emoties van de ander te identificeren biedt je grond onder zijn/haar voeten, stabiliteit. Troosten is geen pijn wegnemen maar naast de ander staan en de ander laten voelen dat je de ander voelt, ziet en dat je meeleeft. Je kunt beter zeggen dat iets zwaar is of dat je niet weet wat te zeggen dan proberen het leed weg te nemen, want dan ontken je het.