Je kent het wel: er zijn van die nare eigenschappen, pijnlijke gebeurtenissen, schaamteloze aangelegenheden waarmee je niet (meer) geconfronteerd wilt worden. Je weet dat als je daaraan herinnerd wordt dat het de nodige pijnlijke of andersoortige nare gevoelens met zich mee zal brengen. Dat wil je niet. Daar ben je bang voor. En je strategie is simpel. Je ontloopt alles wat met die beladen zaken te maken heeft. Je ontkent het, je stopt het weg, je relativeert het weg, je duwt het weg. Alleen de gedachte al zorgt ervoor dat je er met een grote boog omheen wilt. Helaas werkt deze strategie niet. Integendeel. Er is een ‘natuurwet’ die ervoor zorgt dat alles wat je niet onder ogen wilt zien in verhevigde vorm in allerlei gedaanten op je (levens)pad komt, zodat je de confrontatie niet kunt ontlopen. Alles waar je met een boog omheen wilt lopen, komt als een boemerang op je pad terug. Je kunt er niet omheen. De kunst is om datgene waar je tegen opziet, waar je je voor schaamt, wat je niet wilt, juist op te zoeken, in de ogen te kijken. En je zult verrast worden, want je zult merken dat als je het aankijkt, onder ogen ziet, het minder bedreigend, minder erg is dan je je in je ergste fantasieën had voorgesteld. Het verliest zijn bedreigende lading doordat je er niet voor wegloopt, maar het ‘gewoon’ bekijkt. Alles wat je als onaangenaam ervaart, vraagt niet om weggestopt of weggeduwd te worden, maar om eens goed bekeken en daarna aanvaard te worden. Pas dan wordt wat onaangenaam is geneutraliseerd en verliest het zijn bedreigende uitstraling.